Lindenkruis

Verberg

Locatie

HET LINDENKRUISPROJECT

Midden in de Maastrichtse binnenstad ontwikkeld zich een uniek woningbouwplan. Lindenkruis gaat plaats bieden aan zo’n 175 koopwoningen; appartementen, stads- en patiowoningen, gelegen aan intieme hoven en fraaie pleintjes. Vrijthof en Markt zijn binnen vijf minuten te voet bereikbaar en uitvalswegen richting Nederland en België liggen onder handbereik. Lindenkruis ontstaat naar het stadsplan van AWG architecten uit Antwerpen en haar bewezen inzichten in hedendaagse stedenbouw. 

HARTJE MAASTRICHT

Lindenkruis is gelegen in het Statenkwartier, in hartje Maastricht. Het Statenkwartier met haar brede aanbod aan voorzieningen en culturele instellingen staat ook welbekend als het Quartier Latin van Maastricht. Het centrum van Maastricht bevindt zich op loopafstand. Met vijf minuten zij Vrijthof en Markt bereikbaar. Contrair is de rust die Lindenkruis met haar hoven aan haar bewoners bied. Toekomstig komt daar nog het aan te leggen Frontenpark bij. Een nieuw aan te leggen park op de plek waar zich nu nog  de drukke aanlanding van de Noorderbrug bevindt.

BEREIKBAAR

Midden in de stad maar optimaal bereikbaar, Lindenkruis. Via de Noorderbrug heeft Lindenkruis een directe aansluiting naar de A2. De toekomstige aanpassing van deze Noorderbrug zal garant staan voor een blijvende ontsluiting. Maar ook het Belgische achterland is via de Cabergerweg vlot bereikbaar. Thuisgekomen in Lindenkruis biedt de ondergrondse parkeergarage direct parkeergelegenheid aan haar bewoners. Bezoekers parkeren in de omgelegen straten, of op het parkeeerplaats van het Sphinx terrein. 

Verberg Locatie

Historie

LINDENKRUISPOORT


De naam ‘Lindenkruis’ verwijst naar het verleden van het gebied aan het Lindenkruis/Maagdendries. In de 14e eeuw stond de ‘Lindenkruispoort’ op de hoek van deze twee straten en verbond de stad met het achtergelegen buitengebied. Bij deze stadspoort stond een grote lindeboom die een kruisbeeld overschaduwde. De stadspoort is hier destijds letterlijk naar vernoemd. Indirect verwijst ‘poort’ naar de diverse poorten die toegang geven tot de intieme hoven die in het plangebied worden aangelegd. De ‘Lindenkruispoort’ was één van de vele stadspoorten in de middeleeuwse stadsommuring van Maastricht. Bij recente proefgravingen zijn nog restanten gevonden van de mergelstenen fundering van de poort. De ‘Lindenkruispoort’ is in de 14e eeuw gebouwd in de tweede stadswal waardoor de stad vanuit de Maagdendries met het buitengebied verbonden werd. Het was oorspronkelijk een rechthoekig poortgebouw met een verdieping en aan de buitenzijde geflankeerd door twee ronde, spitsafgedekte torens. De poortdoorgang had de vorm van een boog en was voorzien van een dubbele deur en een valhek. Onder invloed van de opkomst van het geschut werden vanaf 1542 de vestingwerken gemoderniseerd. Zo werd er o.a. een aarden wal tegen de muur aangelegd waardoor het weerstands- vermogen werd verhoogd en ook ruimte ontstond voor kanonnen om de vijand mee te bestoken. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen had Maastricht sterk te lijden onder de diverse belegeringen en veroveringen. Na ieder beleg werd de schade aan de muren hersteld en verbeterd. Zo werden er in de loop der tijd ravelijnen, hoornwerken en bastions gebouwd om de vijand op afstand te houden en zo de stadmuur te beschermen tegen de vijandelijke artillerie. De poort raakte in de loop der tijd steeds meer in onbruik en werd in 1676 dichtgemetseld en vervolgens geheel begraven onder een aarden wal. In 1874 kwam de ‘Lindenkruispoort’ uiteindelijk onder de slopershamer.

 







EERSTE GEBRUIK

Het voormalige terrein aan de Maagdendries waar de Maastrichtse Nutsbedrijven decennialang haar domicilie had kent een lange geschiedenis. Al in de Romeinse tijd werd het gebied intensief bewoond als gevolg van de gunstige ligging ten opzichte van de Maas. De eerste bebouwing dateert uit de 14e eeuw. Langs de Maagdendries stonden toen al woningen. Door een weg parallel aan de stadsmuur werden de Maagdendries en de Capucijnenstraat met elkaar verbonden. De percelen op het binnenterrein werden gebruikt als moestuin en boomgaard. In die tijd noodzakelijk, want tijdens belegeringen was de bevolking aangewezen op de opbrengsten uit deze tuinen en boomgaarden. Mogelijk hebben er ook stadsboerderijen gestaan. Vooral door de inname van de stad in 1579 door troepen van de hertog van Parma werd Maastricht een garnizoensstad. Pas in de 19e eeuw werd het meer en meer een industriegebied. Eind 16e eeuw werden voor de soldaten kazernes aan het Lindenkruis gebouwd; eerst één, later meer. Deze militaire barakken zijn bij diverse oorlogshandelingen niet allemaal gespaard gebleven. De Lindenkruiskazerne overleefde alle geweld echter redelijk ongeschonden.

INDUSTRIALISERING

In de 19e eeuw transformeerde het militaire terrein tot een industriegebied. Door de opkomst van het gas werd er door ondernemer Petrus Regout in 1846 een gasfabriek gebouwd ten behoeve van de verlichting van zijn fabrieken. Twee jaar later bouwde de gemeente uit concurrentieoverwegingen ten zuiden van de Lindenkruiskazerne een eigen gasfabriek. Voor de bouw van een zogenaamde gashouder (opslagtank) is een deel van deze kazerne gesloopt. Uiteindelijk duurde de gasfabricage op het terrein van Lindenkruispoort tot 1913. Toen werd de productie van het gas wegens overlast en explosiegevaar verplaatst naar de Cabergerweg, de distributie bleef echter geregeld via de gashouders aan het Lindenkruis. Pas in de loop van de jaren ’60 werden de gashouders gesloopt. De gashouder in de Lage Fronten staat er echter nog steeds en krijgt een nieuwe functie. Naast de gasfabriek kregen ook steeds meer gemeentelijke instellingen hier hun plek. De dienst Gemeentereiniging stalde hier in 1894 haar karren voor het ophalen van het huisvuil en de machines ten behoeve van het legen van beerputten. Twee jaar later parkeerde de gemeentelijke vervoersdienst haar gas- en paardentrams -en later haar bussen- op het terrein en ook de water- en elektriciteitsbedrijven vonden er hun onderkomen. In 1914 schafte de gemeente een echte brandweerauto aan en een kazerne verrees ten noorden van het Lindenkruis. In 1957 werd echter de vrijwillige brandweer vervangen door professionele brandweerlieden en in 1959 werd de nieuwe kazerne aan de Capucijnenstraat opgeleverd. Deze bestaat nog steeds en is momenteel in gebruik als creatieve broedplaats. De naastgelegen ‘brandweerflat’ werd destijds gelijk gebouwd voor de brandweerlieden en hun gezinnen.

Met dank aan het Regionaal Historisch Centrum Limburg voor alle historische beelden op deze site en onze verkoopbrochure.

Verberg Historie

Verberg

ARCHITECT AAN HET WOORD

Lindenkruis ontstaat naar het stadsplan van AWG architecten uit Antwerpen. De planvorming begon in 2003 en leidt nu tot realisatie van de eerste fase van het project. Het stadsplan is bijzonder. Hun belangrijkste visie is dat het niet om de gebouwen gaat, maar om de stad. Met andere woorden; de architectuur eist niet de aandacht op, maar de bebouwing helpt mee de stad vorm te geven. Er is goed gekeken naar de omliggende bestaande bebouwing met zijn stedenbouwkundige karakteristieken en structuren; hier is voortgebouwd op wat vooraf is gegaan. Dit leidt tot een ‘intelligente zet’ die de kwaliteiten van Lindenkruis en haar omgeving versterkt en er nieuwe kwaliteiten aan toevoegt. Het wordt een geheel nieuw woongebied met eengezinswoningen en appartementen in de luwte van de stad. Een plan welk aansluit aan de Maastrichtse traditie van stadsvernieuwing, en zich een duurzame toekomst heeft voorgenomen. Aan dit voornemen gaat een duidelijke filosofie vooraf. Een filosofie die AWG in 5 thema’s definieert:

CONTINUÏTEIT EN GELIJKTIJDIGHEID


van heden en verleden als stedelijke kwaliteit bij uitstek . Het beeld en de structuur ten behoeve van wonen en werken is neutraal. Hierdoor is er een zekere garantie om stedelijke structuren en gebouwen steeds te recyclen (opnieuw te gebruiken), uit te bouwen en te verdichten. Het oogpunt moet zijn deel te nemen aan de geschiedenis, eerder dan zelf geschiedenis te schrijven oftewel zich inschrijven in een continuïteit . Dit sluit het gebruik van middelen (technieken, materialen) van deze tijd niet uit . Het uiteindelijke doel is: stedelijke structuren en gebouwen met een ietwat onzekere tijdsoorsprong, tijdloos, van vandaag en stilzwijgend aanwezig.


CULTURELE-EMOTIONELE DUURZAAMHEID


van structuren en bouwsels, met dien verstande dat het gaat over het ontwerpen van gebouwen die geschikt zijn voor veranderlijk gebruik . De tijd zit er als het ware ingebouwd . Als steden en gebouwen de tijd kunnen overleven, worden ze daarmee op den duur cultureel en emotioneel duurzaam; onderdeel van ons collectief geheugen, ons patrimonium en dus van onze cultuur. Ontwerpopties mogen daarbij nooit referenties zoeken in de uiterlijke verschijningsvorm, maar wel in de kern van de verschijnselen ; niet in het beeld van het oude, maar in het karakter ervan. Niet historiserend en met een minderwaardigheidscomplex ten opzichte van het verleden, maar wel schatplichtig aan het verleden. In een stedelijk ontwerp zijn stedenbouw en architectuur onontwarbaar één . Stedenbouwkundige intenties worden vertaald met architecturale middelen, vermaterialiseren zich in de gebouwen. Het uitgangspunt is om het bestaande op te nemen 'met de herinnering aan dat wat nooit bestaan heeft.

 


INTENSIEF RUIMTEGEBRUIK EN VERDICHTING

van het tegenover elkaar plaatsen van openbare ruimte en gebouwen . In het aftasten van de grenzen tussen beide kan tot verdichting worden gekomen . Hierbij is wederom de hierboven omschreven neutraliteit van belang, als garantie voor flexibel gebruik en hergebruik van structuren. Het'haalbaar en gerechtvaardigd maximum aan verdichting' wordt gevonden door het opzoeken van de juiste limieten van oppervlaktes, hoogtes, volumes en de onderlinge positie van de volumes ten opzichte van elkaar, om zo binnen en buiten tot kwaliteitsvolle ruimte te komen. Exploratie van de limieten gebeurt onder meer door het opnieuw interpreteren van de traditionele stedenbouwkundige bouwstenen, zoals het gesloten bouwblok . Het interne van het bouwblok wordt zo mogelijk ontsloten, ontgonnen en aan de gemeenschap toegevoegd. Het binnen wordt buiten, het private wordt openbaar, achterzijde wordt voorzijde, minderwaardig wordt gelijkwaardig.

BANALITEIT EN TERUGHOUDENDHEID

vanuit de vaststelling dat de gemeenschap, waarin wonen en werken zich afspeelt in neutraliteit. Slechts de 'instituten' (gebouwen waarin functies zijn ondergebracht die voor alle inwoners een gemeenschappelijke betkenis vervullen) onderscheiden zich, tekenen zich af en zijn nadrukkelijk aanwezig. Het is de kwaliteit van de terughoudendheid, de gewoonheid, die stedelijke structuren en gebouwen helpt overleven.

INTEGRAAL BOUWEN EN MILIEUBEWUST VERDER BOUWEN


in die zin dat er een collectieve verantwoordelijkheid bestaat om milieubewust en met zorg met de leefomgeving om te gaan . Dit betekent dat de milieulast, dus milieukost die wordt veroorzaakt door het bouwen en gebruiken van stedelijke gebieden, door innovatieve en integrale concepten zoveel als mogelijk moet worden teruggebracht.


Verberg ARCHITECT AAN HET WOORD
To Top Button